Driekwart zaken mediation in strafrecht succesvol

Driekwart van de strafzaken waarbij slachtoffer en dader een mediationtraject ingaan wordt succesvol afgerond. Bij 5,5 procent van de zaken wordt gedeeltelijke overeenstemming bereikt. Dit is te lezen in de nieuwe editie van het Infoblad Mediation in strafzaken (pdf, 825,8 KB) dat vandaag is verschenen. Bij een mediationtraject gaan slachtoffers en verdachten onder begeleiding van een mediator met elkaar in gesprek.

Van januari tot en met september dit jaar zijn 326 strafzaken doorverwezen naar een mediator. 479 zaken kwamen hiervoor in aanmerking, maar bij 32 procent van deze zaken startte het mediationtraject niet omdat de betrokken partijen niet bereid waren hieraan mee te werken.

Verschillende politieke partijen hebben de minister van Justitie en Veiligheid gevraagd op welke manier mediation in strafzaken ook in de toekomst gefinancierd kan worden. Hier is op dit moment namelijk nog onduidelijkheid over.

Bron: de Rechtspraak

Volgend jaar 1 miljoen voor mediation in strafrecht

Er komt volgend jaar 1 miljoen euro beschikbaar om mediation in het strafrecht mogelijk te blijven maken. De Tweede Kamer stemde gisterenavond, tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van Justitie en Veiligheid, voor het amendement waarmee het geld wordt vrijgemaakt.

Bij mediation binnen het strafrecht melden officieren van justitie en rechters bepaalde zaken aan voor mediation, waardoor slachtoffers en verdachten die dat willen onder begeleiding van een mediator met elkaar in gesprek gaan. Ruim driekwart van de zaken waarbij dit gebeurt, wordt succesvol afgerond. Als mensen ervoor open staan, kan mediation een waardevolle aanvulling zijn op een rechtszaak omdat bij mediation gekeken kan worden naar onderliggende conflicten en afspraken gemaakt kunnen worden over de toekomst. Dit geldt helemaal als mensen na de rechtszaak nog met elkaar door moeten of elkaar tegen kunnen komen. Het geeft slachtoffers meer invloed en helpt hen vaak bij de verwerking van leed. De officier en de rechter kunnen vervolgens met de uitkomst hiervan rekening houden. De rechter kan bijvoorbeeld bepaalde afspraken vastleggen in het vonnis.

Landelijk

Nadat er 3 jaar succesvol geëxperimenteerd werd met mediation in strafzaken bij 6 rechtbanken, werd vorig jaar bij de begrotingsbehandeling door de Tweede Kamer geld vrijgemaakt voor een landelijke invoering. In 2017 is mediation in strafzaken daardoor bij alle rechtbanken en gerechtshoven mogelijk geworden. Inmiddels zijn in alle 11 arrondissementen zaken aangemeld voor mediation. Rechters en officieren vinden het dan ook belangrijk dat deze mogelijkheid blijft bestaan.

Tot het aannemen van het amendement gisterenavond was het onzeker of ook volgend jaar voldoende geld beschikbaar zou zijn voor de voortzetting van deze vorm van mediation. Verschillende politieke partijen vroegen de minister van Justitie en Veiligheid om hiervoor geld beschikbaar te stellen.

Bron: de Rechtspraak

Van der Steur wil meer supersnelrecht

Minister Van der Steur wil vaker gebruikmaken van supersnelrecht. Met die manier van snelrecht kunnen verdachten van een strafbaar feit binnen een paar dagen worden berecht. Dat schrijft hij aan de Tweede Kamer.

Op verzoek van de Kamer heeft Van der Steur de toepassing van het middel laten onderzoeken. Het ging daarbij vooral om de zorgvuldigheid van de procedure.

De onderzoekers signaleren een paar knelpunten. Zo moet de verdachte om heel snel voor de rechter te verschijnen het OM het recht geven om binnen drie dagen een dagvaarding op te sturen. Door die afstandsverklaring doet de verdachte afstand van zijn recht op de minimale termijn van drie dagen.

Volgens de onderzoekers gaan de arrondissementen hier verschillend mee om en is niet duidelijk of de afstandsverklaring altijd voldoet aan strenge Europese regels. Verder is supersnelrecht bijna helemaal een aangelegenheid van de Randstad.

Van der Steur gaat bij het Openbaar Ministerie en de Raad voor de rechtspraak aandacht vragen voor de verschillen in aanpak. Voor hem heeft een uniforme procedure voor het doen van afstand van de termijn prioriteit. Ook vraagt hij zich af of supersnelrecht beperkt moet blijven tot de Randstad.

De minister vindt dat supersnelrecht een bijdrage levert aan de snelle afdoening van eenvoudige strafzaken zonder dat het dit koste hoeft te gaan van de zorgvuldigheid van de procedure. Supersnelrecht wordt het vaakst toegepast bij winkeldiefstal en meestal zijn het relatief simpele zaken met ‘panklaar’ bewijs. Het middel wordt zo’n 2800 keer per jaar gebruikt.

Bron: Mr-Online.nl

Cybercriminaliteit: weinig aangiftes, lage pakkans, milde straffen

Hoewel cybercrime inmiddels een alledaags verschijnsel is geworden, is de aanpak daarvan onder de maat. Dat schrijft het Centraal Planbureau (CPB) in een risicoanalyse.

De pakkans en de straffen zijn te laag, terwijl de opbrengsten toenemen, vooral bij misdrijven als phishing (vervalste e-mails) en ransomware (waarbij een geïnfecteerde organisatie of persoon losgeld moet betalen om bij de eigen bestanden te kunnen). Vorig jaar werd 11 procent van de Nederlanders slachtoffer van een of andere vorm van cybercrime.

Tussen 2005 en 2014 werd bijna zestienduizend keer aangifte gedaan van computervredebreuk, het onbevoegd inbreken in een netwerk of computer. Dat is relatief weinig: het aangiftepercentage bij cybercriminaliteit is acht, terwijl dat bij gewelds- en vermogensdelicten drie tot vier keer hoger is.

In die periode nam het Openbaar Ministerie 786 aangiftes in behandeling. In 343 zaken werd een misdrijf bestraft of geschikt. Gemiddeld legde de rechter een boete op van 7.000 euro (het maximum is 20.250 euro) en een gevangenisstraf van een jaar. Onvoldoende, oordeelt het CPB: Tegenover een dergelijke boete staan winsten van tussen de 2.770 en 83.000 euro per dag. De onderzoekers vinden dat de maximale boete meer in lijn moet worden gebracht met de verwachte opbrengsten van cybercriminelen.

Volgens het CPB maken opsporingsdiensten te weinig gebruik van de voordelen van ICT. De onderzoekers pleiten voor het instellen van één digitaal aangifteloket ‘waar alle signalen van deze vorm van criminaliteit met elkaar kunnen worden vergeleken’. Ook ziet het CPB mogelijkheden om meer innovatie in de beveiliging aan te jagen. Tot slot stelt het CPB voor om het voor criminelen moeilijker te maken onveilige software en diensten aan te schaffen.

Bron: Mr-Online.nl

Financieel-economisch strafrecht Eenvoudig witwassen

De reikwijdte van de Nederlandse witwaswetgeving is ruim. Wie voorwerpen verkrijgt die afkomstig zijn van enig misdrijf, is per definitie strafbaar. Dat geldt primair voor de dader van het basismisdrijf.

Reeds het enkele bezit van zijn buit promoveert hem wettelijk gezien tot witwasser. Denk aan de dief die een fiets bemachtigt en daarop wegrijdt: ook die is volgens de wetgever aan het witwassen, nu hij een door misdrijf verkregen voorwerp voorhanden heeft. Zo ontstaat welhaast automatisch een verdubbeling van strafbaarheid.

De Hoge Raad heeft op dit punt echter een belangrijke nuance aangebracht. In een lange reeks arresten is tot uitdrukking gebracht dat van strafbaarheid ter zake van witwassen geen sprake behoort te zijn zolang de dader van een misdrijf geen pogingen heeft gedaan om de criminele herkomst van de door hem verkregen voorwerpen te verbergen of te verhullen. Met deze rechtspraak werd de automatische verdubbeling van strafbaarheid tot op zekere hoogte tegengegaan.

Dit was niet naar de zin van onze wetgever. Die vreest dat criminelen hierdoor straffeloos over hun geld kunnen blijven beschikken, namelijk wanneer het bewijs van het basismisdrijf niet rond komt en tegelijkertijd wel aannemelijk is dat het geld uit enig door henzelf gepleegd misdrijf afkomstig is. Iemand met een strafblad zou dan openlijk kunnen betogen dat de grote hoeveelheid geld die bij hem werd aangetroffen, uit eigen – maar reeds afgedane – misdrijven afkomstig is. Hij verbergt of verhult niets. Op grond van de huidige rechtspraak zou dat vermeende misdaadgeld dan onaantastbaar zijn, want zonder (nieuwe) veroordeling volgt geen verbeurdverklaring.

Door een wetswijziging zal die rechtspraak daarom binnenkort “onschadelijk” worden gemaakt. De regering heeft een aparte strafbaarstelling voorgesteld die uitdrukkelijk betrekking heeft op het enkele verwerven en voorhanden hebben van voorwerpen die rechtstreeks afkomstig zijn uit een eigen misdrijf. Dit wordt als “eenvoudig witwassen” strafbaar (wetsvoorstel 34 294). Op grond van de nieuwe delictsomschrijving zullen criminelen die niets verhullend op hun misdaadgeld zitten alsnog kunnen worden veroordeeld en met een verbeurdverklaring geconfronteerd. Eenvoudig, want voorhanden hebben is een voortdurend delict. Zo bezien zou dit wel eens een lucratieve wetswijziging kunnen zijn. Aantrekkelijk voor wie de nuance niet zoekt.

Bron: Mr-online

Jeugdcriminaliteit blijft dalen

De jeugdcriminaliteit is in 2014 opnieuw gedaald. Er waren eind vorig jaar 623 problematische jeugdgroepen, een afname van 18% ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat blijkt uit cijfers die minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie vandaag bekendmaakt. In die cijfers wordt onderscheid gemaakt tussen hinderlijke jeugdgroepen, groepen die overlast geven en criminele jeugdbendes. Sinds 2009 is in alle categorieën een daling te zien.

Het indammen van jeugdcriminaliteit is volgens Van der Steur een prioriteit van het kabinet. Omdat het Openbaar Ministerie, politie, scholen, leerplichtambtenaren en vele anderen samenwerken, worden er volgens hem goede resultaten behaald. `Dat betekent concreet minder slachtoffers en meer veiligheid in buurten en wijken`, zegt hij.

De cijfers zijn mede samengesteld door politie, justitie en gemeenten. Minister van der Steur zweert dat de daling van de cijfers niet komt doordat jonge criminelen uit het zicht verdwijnen. `De agenten en burgemeesters hebben daar plaatselijk goed zicht op`, zegt hij. Ook Liesbeth Huyzer, politiechef van Noord-Holland en landelijk portefeuillehouder Jeugd, is van mening dat de huidige aanpak de `goede koers` is.

Bron: Profnews

Jeugdcriminaliteit blijft ook in 2014 dalen

De jeugdcriminaliteit is in 2014 opnieuw gedaald. Er waren eind vorig jaar 623 problematische jeugdgroepen, een afname van 18% ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat blijkt uit cijfers die minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie vandaag bekendmaakt. In die cijfers wordt onderscheid gemaakt tussen hinderlijke jeugdgroepen, groepen die overlast geven en criminele jeugdbendes. Sinds 2009 is in alle categorieën een daling te zien.

Het indammen van jeugdcriminaliteit is volgens Van der Steur een prioriteit van het kabinet. Omdat het Openbaar Ministerie, politie, scholen, leerplichtambtenaren en vele anderen samenwerken, worden er volgens hem goede resultaten behaald. `Dat betekent concreet minder slachtoffers en meer veiligheid in buurten en wijken`, zegt hij.

De cijfers zijn mede samengesteld door politie, justitie en gemeenten. Minister van der Steur zweert dat de daling van de cijfers niet komt doordat jonge criminelen uit het zicht verdwijnen. `De agenten en burgemeesters hebben daar plaatselijk goed zicht op`, zegt hij. Ook Liesbeth Huyzer, politiechef van Noord-Holland en landelijk portefeuillehouder Jeugd, is van mening dat de huidige aanpak de `goede koers` is.

Bron: Profnews

Minder inbraken in 2014

Het aantal woninginbraken is afgelopen jaar met bijna 20% gedaald ten opzichte van 2013. Dit meldt minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) vandaag.

Er werden in 2014 bijna 71.000 woninginbraken en pogingen daartoe geregistreerd. Dat is ruim 16.000 minder dan het jaar ervoor. De daling is volgens Opstelten te danken aan preventie, zoals betere sloten. Ook bellen burgers sneller de politie als ze iets verdachts zien. Verder werkt de politie beter samen met bijvoorbeeld gemeenten en woningcorporaties met het geven van voorlichting.

Minister Opstelten verklaarde het terugdringen van criminaliteit die het veiligheidsgevoel van mensen raakt  in 2013 al tot topprioriteit. Zijn doel is om het aantal inbraken in 2018 terug te brengen tot 65.000. Ook het aantal overvallen en straatroven is vorig jaar fors gedaald met bijna een kwart. 

Bron: Eigenhuis

Alcoholslot en strafvervolging

Alcohol en verkeer gaan niet samen. Wie met te veel op achter het stuur kruipt en daarbij betrapt wordt, kan rekenen op een reactie van de overheid. In ernstige gevallen is die reactie strafrechtelijk en stelt het OM strafvervolging in. Daarnaast heeft het CBR een bestuursrechtelijke taak en legt het maatregelen op die preventief het gebruik van alcohol in het verkeer tegen te gaan.

Een van die maatregelen is het zogeheten alcoholslot waarbij iemand eerst in een apparaatje in zijn auto moet blazen, voordat hij kan starten. Deelname aan het alcoholslotprogramma (asp) wordt opgelegd bij een bestuurder van een auto die bij een controle een (veel) hoger alcoholgehalte in zijn adem of bloed heeft dan toegestaan. Het verplicht volgen van het alcoholslotprogramma kost de deelnemer tussen de 4000 en 5000 euro.

Over de eventuele samenloop van strafrechtelijke handhaving en het alcoholslotprogramma in individuele gevallen heeft de Hoge Raad op 3 maart 2015 uitspraak gedaan. Op 4 maart 2015 heeft de Raad van State uitspraak gedaan over het alcoholslotprogramma van het CBR.

Wat zeggen de Hoge Raad en de Raad van State over het alcoholslotprogramma?

De Hoge Raad heeft het eerdere oordeel van het gerechtshof Den Haag bevestigd dat het OM niet-ontvankelijk is in strafzaken over rijden onder invloed, als het CBR aan de verdachte eerder het alcoholslotprogramma heeft opgelegd. De Hoge Raad vindt namelijk dat de bestuurlijke maatregel van het alcoholslotprogramma erg lijkt op de situatie dat een rechter de betrokkene bestraft. Een algemeen rechtsprincipe luidt dat iemand niet tweemaal voor hetzelfde vergrijp gestraft mag worden. Daarom vindt de Hoge Raad dat het OM geen strafzaak wegens alcoholgebruik in het verkeer mag voeren tegen verdachten die eerder een alcoholslotprogramma opgelegd hebben gekregen door het CBR.

De Raad van State heeft bepaald dat het CBR het alcoholslotprogramma niet meer mag opleggen. De reden is dat het alcoholslotprogramma geen ruimte biedt om een individuele afweging te maken wanneer het in een concreet geval ingrijpende gevolgen heeft voor de bestuurder. Het verplicht opleggen van een alcoholslotprogramma leidt daarom in de praktijk tot ongelijkheid en willekeur, omdat het voor de één veel ernstiger gevolgen heeft dan voor de ander, aldus de Raad van State.

Wat betekent dit voor lopende strafzaken over alcoholgebruik in het verkeer?

Als het CBR in deze zaken eerder een alcoholslotprogramma heeft opgelegd, moet het OM deze zaken seponeren. Een eerste schatting leert dat het om zo’n duizend zaken gaat. Betrokkenen krijgen hiervan schriftelijk bericht van het OM.

In lopende zaken waarin nog niet definitief een alcoholslotprogramma is opgelegd, kan het CBR andere maatregelen opleggen, zoals de Educatieve Maatregel Alcohol (EMA) of – in geval van recidive – een Onderzoek Geschiktheid.

Overigens heeft het CBR sinds najaar 2014 geen alcoholslotprogramma meer opgelegd in afwachting van de uitspraken van de Hoge Raad en de Raad van State.

Zou het kunnen dat door de uitspraak van de Hoge Raad verkeersstrafzaken worden geseponeerd waarin gewonden of zelfs doden zijn te betreuren?

Nee, seponering vindt plaats als een verdachte alléén voor dronken rijden wordt vervolgd (artikel 8 Wegenverkeerswet) en het CBR al een alcoholslotprogramma heeft opgelegd. In dat geval zegt de Hoge Raad dat je niet twee keer voor hetzelfde feit mag worden vervolgd.

Wie daarnaast een ongeluk met persoonlijk letsel heeft veroorzaakt, wordt ook vervolgd onder artikel 5 of artikel 6 van de Wegenverkeerswet. Dat is een ander strafbaar feit dan het feit waarvoor het alcoholslotprogramma is opgelegd. Van een tweede vervolging voor hetzelfde feit is dus geen sprake en er zal dus gewoon vervolgd worden.

Wat betekent dit voor afgeronde strafzaken rond alcoholgebruik in het verkeer waarin zowel een alcoholslotprogramma is opgelegd als een straf?

De Hoge Raad heeft gezegd dat mensen die eerder zowel een alcoholslotprogramma kregen opgelegd als strafrechtelijk vervolgd werden wegens rijden onder invloed, geen herziening van de veroordeling kunnen vragen.

Ik heb een oproep gekregen voor de OM-zitting wegens rijden onder invloed. Gaat deze zitting – gelet op de uitspraken – nog wel door?

Zolang u hierover van het OM geen bericht ontvangt, zal de zitting gewoon doorgang vinden.

Waar kan ik terecht voor meer informatie over strafzaken rond alcoholgebruik in het verkeer?

Voor meer informatie over strafzaken rond alcoholgebruik in het verkeer kunt u bellen met Parket CVOM, tel. 088 699 6666 (tussen 8.00 en 17.00 uur).

Waar kunt u terecht voor meer informatie over het alcoholslotprogramma, bijvoorbeeld omdat u daaraan deelneemt?

Voor mensen die al een alcoholslot hebben, verandert er niets. Zij blijven in het programma. Meer informatie over wat de recente uitspraken betekenen voor het alcoholslotprogramma vindt u op de website van het CBR.

Bron: Openbaar Ministerie

Internetfraude schadepost van 8 miljoen

Consumenten zijn het afgelopen jaar voor minimaal 7,9 miljoen euro getild door internetoplichters. Dat blijkt uit de 43.000 aangiften die in 2014 binnenkwamen bij het Landelijk Meldpunt Internetoplichting (LMIO) van de politie. De politie vermoedt dat slechts de helft tot twee derde van de slachtoffers aangifte doet en dat het werkelijke schadebedrag misschien twee keer zo hoog is.

In 2014 waren 163 malafide webshops in beeld van de politie. In veel gevallen gaat het om de verkoop van telefoons, tablets of concertkaartjes, die vervolgens niet geleverd worden. Steeds vaker gaat het om georganiseerde misdaad. `We zien een verschuiving naar professionele criminaliteit`, vertelt Jesse van der Putte, coördinerend officier van justitie van het LMIO. `Er is een persoon die de groep aanstuurt, er wordt gebruikgemaakt van katvangers, personen die de katvangers werven en mensen die de betalingen organiseren.`

Sinds 2010 registreert het LMIO alle aangiften van internetoplichting. Gegevens worden opgenomen in een database waarin consumenten een telefoonnummer, bankrekeningnummer of e-mailadres van een verkoper kunnen controleren en zien of die gegevens voorkomen in een eerdere aangifte.

Bron: Profnews